Prenatale screening

Al vroeg in de zwangerschap kunnen jullie je kindje laten onderzoeken op een aantal afwijkingen.

Dat onderzoek heet een prenatale screening.

Screening op downsyndroom

Je kunt laten onderzoeken hoe groot de kans is dat jouw kindje het down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Die syndromen staan ook bekend als trisomie 21, 18 of 13. Deze screening wordt al vroeg in de zwangerschap uitgevoerd.

Vanaf 1 april 2017 heb je de volgende keuzes voor prenatale screening:

  • De combinatietest
  • De NIPT
  • De 20 weken echo
  • Geen onderzoek laten doen

Combinatietest

De combinatietest bestaat uit twee onderzoeken.

  • Een bloedonderzoek bij de moeder tussen de 9e en 14e week van de zwangerschap. Bij dit onderzoek wordt er wat bloed bij je afgenomen dat in een laboratorium onderzocht wordt.
  • Een echo tussen de 11e en 14e week van de zwangerschap. Bij dit onderzoek meet de echoscopist de dikte van de nekplooi van het kindje. De nekplooi is een dun vochtlaagje onder de huid in de nek. Dat is altijd aanwezig. Maar: hoe dikker de plooi, hoe groter de kans dat het kindje downsyndroom heeft. Dit onderzoek heet ook wel de nekplooimeting.

Op basis van de uitkomsten van de nekplooimeting, jouw bloedonderzoek, je leeftijd en de duur van de zwangerschap wordt de kans berekend dat je kindje het down-, edwards- of patausyndroom heeft.

De test is een kansberekening en dus geen definitieve diagnose. Pas als je een kans van 1 op 200 of hoger hebt, is de kans hoog genoeg voor vervolgonderzoek. Dat vervolgonderzoek kan bestaan uit de NIPT, vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.

De combinatietest kost €175,- en wordt meestal niet vergoed door de zorgverzekering.

Tijdens de echo kunnen onverwachte bevindingen gedaan worden, die losstaan van het down-, edwards- of patausyndroom.  De echoscopist moet dit altijd aan jullie vertellen.

NIPT

Bij de NIPT wordt bloed van de zwangere vrouw afgenomen en onderzocht. Het laboratorium onderzoekt het DNA en kan daarmee aanwijzingen voor het down-, edwards- of patausyndroom opspeuren. Dat kan omdat er in het bloed van de zwangere DNA van de placenta zit én DNA van de moeder. Het DNA van de placenta is bijna hetzelfde als dat van de moeder. De NIPT kun je laten doen vanaf 11 weken zwangerschap.

Vanaf 1 april 2017 kan iedereen die zwanger is kiezen voor de NIPT. Je kunt echter alleen meedoen als je meedoet aan de wetenschappelijke studie TRIDENT-2. De eigen bijdrage voor de NIPT bedraagt €175,-.

Waar is de studie TRIDENT-2 voor?

In veel landen om ons heen wordt al veel gebruik gemaakt van de NIPT en is gebleken dat de NIPT zeer betrouwbaar is. De minister wil nu onderzoeken of de test in Nederland ook betrouwbaar ingezet kan worden. Ook wil het ministerie weten wat vrouwen van de test vinden. Als je kiest voor de NIPT, geef je toestemming dat onderzoekers jouw gegevens mogen gebruiken. Je tekent daarvoor een toestemmingsformulier.

Vanaf 1 april 2017 kan iedereen die zwanger is kiezen voor de NIPT. Je kunt echter alleen meedoen als je meedoet aan de wetenschappelijke studie TRIDENT-2.

Wel of niet kiezen voor een prenatale screening kan moeilijk zijn.

Het is belangrijk om een keuze te maken die past bij jullie gevoel en ideeën over zwangerschap, levenswijze en het downsyndroom. Op onderzoekvanmijnongeborenkind.nl vind je de keuzehulp ‘Bewust Kiezen’. Die keuzehulp kan jullie misschien helpen om je gedachten over een prenataal onderzoek duidelijk te krijgen. Je kunt de antwoorden op de vragen uit de keuzehulp printen en meenemen naar de eerste afspraak om er met ons over te praten. De keuzehulp geeft ook tips over hoe je dit onderwerp met je partner of anderen kunt bespreken.

Heb je behoefte aan ondersteuning bij het al dan niet kiezen voor het onderzoeken naar downsyndroom? Je kunt bij ons terecht voor een gesprek.

Wil je meer informatie over prenatale screening?

Maak dan een afspraak met ons voor een gesprek. We raden je aan om voor deze afspraak alvast deze folder te lezen.